Q & A

Staat je vraag er niet tussen? of is het antwoord niet duidelijk?

Vul het formulier in en we komen er zsm op terug. Wij zullen het antwoord ook opnemen in de Q&A.

Over WaReWint

Energiecoöperatie WaReWint bestaat uit actieve burgers met als doel de energievoorziening van Wageningen en Rhenen met (in elk geval) windmolens te verduurzamen. Wij willen de duurzame opwek capaciteit in onze gemeenten vergroten door te helpen bij de ontwikkeling van energieprojecten.

Wij zijn een lokaal, duurzaam initiatief zonder winstoogmerk. In onze coöperatie hebben de leden het namelijk voor het zeggen – of ze nu wel of niet investeren in de windmolens. Leden hebben ieder één gelijke stem en beslissen tijdens de jaarlijkse algemene ledenvergadering hoe behaalde winst uit de coöperatie wordt besteed.  In Nederland zijn meer dan 700 lokale energiecoöperaties actief.

WaReWint wil lokaal opwek van duurzame stroom realiseren in handen van burgers. Dit willen we doen via windmolens.  We starten een project met windmolens tussen Wageningen en Rhenen. Bij dit project worden burgers betrokken door ze zeggenschap te geven en voor een klein rendement mee te laten investeren. Hierdoor is ook de opwek in handen van de lokale bewoners en blijven de baten zoveel mogelijk lokaal. Coöperaties creëren lokale waarde doordat zij nauw in contact staan met de omgeving en een deel van het rendement laten terugvloeien naar de omgeving.  

WaReWint wil met oog voor natuurwaarden en lokaal eigendom en zeggenschap windmolens realiseren tussen Wageningen en Rhenen ten zuiden van de Haarwal en de Levendaalselaan.  Ook in het Rhenense deel wil WaReWint windmolens realiseren maar vooralsnog steunt de gemeenteraad dit idee niet. Het is wel onderdeel van het zoekgebied in de Regionale Energie Strategie, waarmee Rhenen ingestemd heeft en de provincie Utrecht staat achter realisatie van windmolens in dit Rhenense deel van het zoekgebied.

Behalve windmolens wil WaReWint onderzoeken of we een energiehub kunnen maken met batterijen en een energiegemeenschap vormen met een systeem van afspraken over lokale stroomafname.

Wij willen windmolens realiseren die volledig in eigendom zijn van burgers en met oog voor de natuurwaarden in het gebied. De opbrengsten blijven lokaal en worden ook gebruikt om een landschaps- en gebiedsfonds te vullen. Zie de bijlage “statuten WaReWint.pdf” op de pagina over onze organisatie.

In Nederland zijn energiecoöperaties belangrijk voor de energietransitie om onafhankelijk te worden van olie en gas. Om deze doelen te kunnen behalen, is lokale opwek van elektriciteit een must.  Het bestuur van WaReWint bestaat uit vrijwilligers die het heft in eigen handen nemen om de elektriciteit voor Wageningen en Rhenen te verduurzamen. Daarnaast wordt zo de lokale economie gestimuleerd, doordat de opbrengsten van projecten weer in de lokale gemeenschap worden geïnvesteerd.

Bij’ Wat is een cooperatie’  staat dat leden ook ondernemers kunnen zijn!

Ons uiteindelijke doel is het creëren van een energiegemeenschap. Dat betekent dat inwoners van onze gemeenten samen eigenaar zijn van een slim en samenhangend energiesysteem. In dit systeem zijn duurzame opwek van elektriciteit en gebruik ervan in balans, met stabiele – en bij voorkeur lagere – energiekosten voor iedereen die meedoet.

Een energiegemeenschap kan bestaan uit meerdere onderdelen:

  • Lokale energiecoöperaties die eigenaar zijn van installaties voor duurzame opwek: zon, wind en
    eventueel biogas.
  • Bewoners en bedrijven in de regio die deze lokaal opgewekte elektriciteit gebruiken.
  • Lokale coöperaties die eigenaar zijn van opslag (bijvoorbeeld batterijen). Zij kunnen slimme sturing regelen. Bijvoorbeeld met batterijen, waarmee pieken en dalen in het verbruik worden opgevangen. Of ze zorgen er voor dat gebruik en opwek beter op elkaar aansluiten.

Voor een goede balans zijn zowel zon als wind onmisbaar. Samen zorgen we ervoor dat onze gemeenschap efficiënt, duurzaam en voordelig van energie wordt voorzien.

De Regionale Energie Strategie van regio De Vallei heeft in Wageningen drie plekken aangewezen voor windmolens. Een daarvan ligt op de grens van Rhenen en Wageningen ten zuiden van de Haarwal en de Levendaalselaan. Er zijn meer plekken denkbaar, maar op sommige plekken kan maar één windmolen en andere plekken liggen in een natuurgebied of stiltegebied. Eigenlijk is het zuidelijke Binnenveld de enige realistische plek. Zie voor meer informatie de memo “Locatie- onderzoek Pondera”.

Langs de A12 en A30 bij Ede en Veenendaal liggen wél plannen en zoekgebieden voor windmolens, maar ze komen er (nog) niet of nauwelijks door een combinatie van ruimtegebrek, politieke weerstand en technische beperkingen. Er is weinig geschikte ruimte langs de A12. De ruimte direct langs de weg is vaak te smal of versnipperd. Er liggen behoorlijk wat woningen en andere wegen langs de snelweg.

Over ambities en de rol van windenergie

Windenergie is een onuitputtelijke vorm van duurzame stroom. Als lucht zich van het hogedrukgebied naar het lagedrukgebied verplaatst, ontstaat er wind. In een windmolen wordt die wind omgezet naar stroom. De kop van de molen (de gondel) zorgt ervoor dat de bladen van de rotor door de wind in beweging komen. De gondel is draaibaar, waardoor een windmolen altijd met de neus in de wind kan staan en als het heel hard waait iets uit de wind kan worden gezet. In de gondel zit een dynamo die de stroom opwekt. De stroom wordt naar het stroomnet vervoerd.

De gemeenteraad wil dat Wageningen in 2040 energieneutraal is en de gemeente heeft in het kader van de Regionale Energiestrategie vastgesteld dat zij met wind- en zonne-energie aan de landelijke doelstelling gaat bijdragen. Windenergie is een onmisbare pijler om dit doel te behalen. Wind waait gratis over onze regio en zit boordevol energie. In Nederland waait het veel en hard. Voor Nederland is wind daarom de meest efficiënte en goedkoopste vorm van duurzame stroom. Windparken op land en zee produceren op grote schaal groene stroom. Ook op land zijn windparken nodig om klimaatverandering tegen te gaan en minder afhankelijk te worden van het importeren van olie en gas.

 

Zon en wind vullen elkaar perfect aan. De zon schijnt vooral overdag en in de winter veel minder dan in de zomer. Wind waait ook ’s nachts en in de winter, waardoor we redelijk continu duurzame energie kunnen opwekken.

 

Door ook nog de opgewekte energie slim op te slaan, bijvoorbeeld in een grote batterij, kunnen bedrijven en woningen een groot deel van de opgewekte elektriciteit lokaal gebruiken. Soms is er nog een tekort aan stroom. Dan vult het landelijke netwerk aan. Hoe beter we opwek, gebruik en opslag lokaal regelen, hoe minder afhankelijk we zijn van het landelijke net.

Windmolens dragen bij aan een betere balans op het net. Ze leveren ook stroom in het donker en in de winter. Wind helpt alleen om netcongestie te voorkomen, wanneer we kunnen garanderen dat er genoeg afname is van elektriciteit op pieklevermomenten en geen hoge vraag in de spitstijd van 16.00 – 20.00 uur. Daarvoor zijn batterijen nodig en een energiehub met contracten met bedrijven. Pas na goedkeuring door de netbeheerder kunnen nieuwe woningen en bedrijven eerder een aansluiting krijgen.

Decentrale opwek van elektriciteit is noodzakelijk voor een succesvolle energietransitie. Decentrale opwek ontlast het landelijke stroomnet en vermindert het energieverlies tijdens transport. Dankzij lokale stroom-opwek krijgen we ook weer zeggenschap over onze energie, worden we onafhankelijk van de grote leveranciers en profiteert de regio direct via lokale, economische groei en werkgelegenheid. Het is dichtbij Wageningen, dus je kunt gemakkelijk even op de fiets stappen, gaan kijken en zelf meedoen.

De aarde warmt op door de uitstoot van broeikasgassen. Broeikasgassen veroorzaken klimaatverandering, met gevolgen zoals extreem weer, overstromingen en hittegolven. De landen van de wereld hebben in 2015 in Parijs afgesproken dat de wereld de temperatuurstijging het liefst onder 1,5 graad, en in ieder geval onder 2 graden, wil houden. Nu het niet lijkt te lukken om onder 2 graden te blijven, moeten we alles op alles zetten om de stijging onder 3 graden te houden. Het overgrote deel van de broeikasgassen worden veroorzaakt door het verbanden van fossiele grondstoffen zoals olie, kolen en gas.

Nederland zet zich actief in om klimaatverandering tegen te gaan. Nederland wil dat in 2030 de uitstoot van broeikasgassen 55% lager is dan in 1990, en in 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dan is er netto geen uitstoot meer van broeikasgassen.

 

Daarom zet Nederland in op energie besparen en de opwek van hernieuwbare energie, zowel op zee als op land. In 30 regio’s zijn regionale energiestrategieën (RES) opgesteld. In deze RES’en spreken de  gemeenten uit de regio af hoeveel duurzame energie zij lokaal zullen opwekken. Ook onze regio Foodvalley heeft zo’n RES opgesteld.

Op zee komen al heel veel windmolens die nodig zijn om vooral de zware industrie te verduurzamen. In het Nationaal Klimaatplan is ervoor gekozen om zowel de zee te gebruiken voor het plaatsen van windmolens als om op land windmolens neer te zetten. De geplande energiestrategie voor heel Nederland (voor 2030) laat zien dat wind op zee in 2/3 van de benodigde opwek kan voorzien en dat  wind op land noodzakelijk is voor 1/3 van de duurzame opwek van elektriciteit. Er komt 90 TWh aan opwek van elektriciteit uit zee en 35 – 45 TWh uit land.

Nederland kent 30 Regio’s waar een Regionale Energie Strategie is uitgewerkt. Elke regio heeft in 2022 bepaald hoeveel elektriciteit ze willen opwekken uit wind en uit zonnevelden en grote daken.

De Regio Vallei bestaat uit de gemeenten Barneveld, Nijkerk, Ede, Wageningen, Veenendaal,
Renswoude en Rhenen. Doelen van Regionale Energie Strategie 2022 zijn:

1. Opwek van minimaal 0,75 TWh duurzame elektriciteit in 2030 (zon + wind). Dit gebeurt vooral via:
zonnepanelen op daken, parkeerplaatsen en stortplaatsen. En met windenergie.

2. Energietransitie : volledig duurzame energievoorziening in 2050

3. Energiebesparing: circa 1,5 % energiebesparing per jaar

In de RES regio FoodValley zijn 28 windmolens gepland en circa 220–230 hectare zonneveld. Deze mix moet samen bijdragen aan het regionale doel van ± 0,75 TWh hernieuwbare elektriciteit in 2030. Daarnaast wordt sterk ingezet op zon op daken, die een groot deel van de opwek moet leveren.

Per gebruikte oppervlakte land levert een windturbine veel meer elektriciteit dan een zonnepark. En juist de combinatie van wind en zon is gunstig: op donkere dagen waait het vaker, en andersom is er op zonnige dagen vaak minder wind. Dit draagt bij aan de leveringszekerheid. Bovendien kunnen zon en wind van dezelfde netaansluiting gebruik maken, zodat de systemen de kosten kunnen delen en het project betaalbaarder wordt. Rondom windmolens kun je ook prima zonnepanelen plaatsen. Dat overwegen we nog. Met alleen zonnevelden kunnen we niet zoveel energie opwekken als met windturbines. Daarnaast willen boeren geen land opofferen voor zonnevelden. Zon op daken willen we ook, maar dat is bij lange na niet genoeg voor onze elektriciteitsbehoefte.

Niet iedereen is tegen. Er zijn veel mensen neutraal. En veel bedrijven en bewoners van nieuwbouw zijn blij met de komst van windmolens. Ze kunnen weer stroom krijgen. Ook de gemeenteraad is in meerderheid voor windmolens. Zij zien die als onmisbaar om onafhankelijk te worden van olie en gas.

Maar tegenstand snappen we, want het verandert de leefomgeving van mensen en de kwaliteit van het open landschap. We gaan met omwonenden in gesprek over hun bezwaren en oplossingen daarvoor en over hoe zij kunnen meeprofiteren van de opbrengst. We willen een acceptabel energielandschap maken in overleg met de buurt. En de gemeente voert eerst een natuuronderzoek uit om te kijken of de natuur in het Binnenveld en uiterwaarden niet geschaad wordt. Natuurorganisaties zijn betrokken bij het onderzoek. Is er te veel natuurschade, ook nog na aanpassingen aan de windmolens, dan kan het project niet door gaan.

Onderzoek in 2010 uitgevoerd door de Hogeschool West-Vlaanderen wees op het verschil in houding tegenover windturbineparken voor en na de bouw ervan. Bij de ondervraagden in Izegem, Ieper, Kortrijk en Brugge zag je hetzelfde effect: na de bouw van het windturbinepark lieten meer ondervraagden er zich positief over uit dan ervoor.
https://www.mo.be/analyse/windmolens-hebben-geen-imagoprobleem:

Als we het duurzame energiesysteem van de toekomst stabiel en betaalbaar willen maken, moeten we slim kijken naar de mix van windmolens op zee, windmolens op land, zonnepanelen en energiebesparing. Windmolens op land zijn en blijven onderdeel van een mozaïek aan oplossingen.

Wind is de duurzaamste manier van energie opwekken. Over het algemeen levert een windmolen in de eerste 3 tot 6 maanden al evenveel energie op als de productie en bouw aan stroom heeft gekost. Een windmolen gaat gemiddeld 20 tot 30 jaar mee. Daarna wordt de windmolen ontmanteld.
Moderne windmolens kunnen goed gerecycled worden en leveren daarom nauwelijks afval op. Veel materialen kunnen zelfs hergebruikt worden voor nieuwe molens.

Ten opzichte van andere energiebronnen maakt een windmolen gebruik van een onuitputbare bron en stoot bij het opwekken geen CO2 uit. Daarnaast is er niet direct een probleem als er één windmolen uitvalt. Dit heeft geen grote gevolgen voor de gehele productiecapaciteit.

Windenergie blijft afhankelijk van het weer. Het lijkt soms alsof de windmolens vaak stil staan, maar een windmolen begint al te draaien bij windkracht 2. Bij windkracht 10 wordt de windmolen in verband met de veiligheid stilgezet. Ook voor onderhoud is er stilstand.

Hoe groter de turbine, hoe meer elektriciteit die opwekt. En dat gaat kwadratisch: een twee keer zo lang blad wekt vier keer zoveel elektriciteit op. https://www.wattisduurzaam.nl/2136/energie-opwekken/wind/overzicht-windenergie-de-voord-en-nadelen-van-energie-uit-wind-2/#formaat

We gaan uit van 200 meter tiphoogte in verband met de afstand tot woningen (400 meter). De wieken worden 60 – 70 meter lang.

Nou, dat valt wel mee. Er wordt natuurlijk wel eens een vogel door een windmolenwiek of de turbulentie geraakt. Als je kijkt naar hoeveel vogels de dupe worden van windmolens in vergelijking met andere gevaren die ze tegenkomen, dan komen windmolens wel zo’n beetje helemaal achteraan. Er vallen veel meer vogelslachtoffers door bijvoorbeeld het verkeer en huiskatten.

 

Volgens schattingen sterven er door Nederlandse windturbines zo’n 50.000 vogels per jaar. Gemiddeld zijn er 10 – 90 vogelslachtoffers per jaar per windmolen. In het verkeer sterven er jaarlijks 2 miljoen vogels. De huiskat overtreft dit vele malen met 18 miljoen vogeldoden per jaar.

 

Hoe groot het risico is voor de natuurkwaliteit in Wageningen en Rhenen tussen de Blauwe Kamer, de rivier en het Binnenveld wordt onderzocht door Waardenburg Ecologie. Er zijn veel maatregelen mogelijk om vogel- en vleermuisslachtoffers tegen te gaan. Als er toch blijkt uit het natuuronderzoek dat er te veel natuurschade is, dan gaat het project niet door.

Milieueffecten

Om een windpark te mogen realiseren hebben de initiatiefnemers een omgevingsvergunning nodig. Voor die omgevingsvergunning is het bij een windpark van meer dan 15 MW noodzakelijk dat een zogeheten milieueffect-procedure worden gestart. Op basis hiervan beslist het bevoegde gezag of er ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ zijn te verwachten. Wanneer dat het geval is moet een compleet Milieueffectrapport (MER) worden opgesteld. Zienswijzen op het besluit van het bevoegde gezag over het al dan niet uitvoeren van een MER-onderzoek kunnen worden ingediend als de ontwerp-omgevingsvergunning wordt gepubliceerd.

We willen dat onze windmolens geen geluidoverlast en slagschaduw veroorzaken. Daarom ontwerpen we ze zo dat ze zo min mogelijk overlast veroorzaken: wieken die minder geluid maken, stilstand bij slagschaduw, en voldoende afstand tot woningen. We houden minimaal 400 meter afstand (twee maal de tiphoogte) aan en kiezen de stilste turbines met zo nodig speciale wieken met uilenveren. Zo dragen we bij aan duurzame energie met zo weinig mogelijk zonder ongemak voor de buurt.

Schaduw van draaiende wieken is vervelend. Dit kan een probleem opleveren bij op- of ondergaande zon zonder of met weinig bewolking. Daarom heeft de overheid hiervoor wetgeving opgesteld, waarbij er per jaar maximaal 17 dagen maximaal 20 minuten schaduw op een gevel met een raam op enig tijdstip toelaatbaar wordt geacht. Dit komt neer op 5 uur en 40 minuten in totaal. Voor al het meerdere moeten de wieken verplicht worden stilgezet.

De maximale toegestane hoeveelheid geluid wordt uitgedrukt in een jaargemiddelde, waarbij geluid dat in de avond en nacht wordt geproduceerd zwaarder meetelt. Dit gewogen gemiddelde heet Lden en wordt ook voor andere geluidsbronnen zoals wegverkeer gebruikt. Lden staat voor Level day, evening, night. Voor windenergie is de norm: niet meer dan 47 dB Lden. Gelderland hanteert een norm van 45 de Lden. Een aanvullende norm zegt: het jaargemiddelde in de nachtperiode (Lnight) mag niet hoger liggen dan 41 dB. Doorgaans geldt: als aan de 47 dB Lden-norm is voldaan, wordt ook de 41 dB Lnight-norm niet overschreden. In de berekeningen wordt het hele spectrum aan geluid meegenomen, dus ook laagfrequent geluid.

Minstens zo belangrijk als wat de wet erover zegt is wat je zelf ervaart. Letters in wetten en richtlijnen kun je immers niet horen. Mocht het onderwerp geluid je interesseren dan bevelen we je aan om eens te komen luisteren op de jaarlijkse open winddag.

Laagfrequent geluid is geluid dat bestaat uit bastonen en bevindt zich onder de gehoorgrens, beneden 100/125 Hz. De gehoorgrens verschilt van persoon tot persoon. Laag frequente geluiden komen veel voor in het dagelijks leven en worden geproduceerd door natuurlijke bronnen (golven, wind) of door de mens, zoals industriële installaties, huishoudelijke apparaten, luchtvaart, windmolens en wegverkeer. Er zijn veel bronnen van laagfrequent geluid om ons heen: wegverkeer, ventilatie- en koelingssystemen en warmtepompen. Het percentage ernstig gehinderden door laagfrequent geluid wordt geschat op 2% (RIVM).

Windturbines genereren mechanisch geluid (in de turbine) en stromingsgeluid (aan de wieken), dat deels ook als laag frequent geluid te beschouwen is. Bij moderne turbines overheerst het geluid van de wieken.

Uit het meest recente rapport van de WHO blijkt dat er geen statistisch significante relatie gevonden is tussen de blootstelling aan windturbinegeluid en mogelijke gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, cognitieve stoornissen, gehoorproblemen, ongunstige zwangerschap uitkomsten en slaapstoornissen.

 

Er is onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing om te kunnen beoordelen of er gezondheidseffecten zijn van geluid van windmolens op mensen. Er is ook geen direct wetenschappelijk bewijs gevonden voor een verband tussen laagfrequent geluid van windturbines en gezondheidseffecten.

 

In 2008 concludeerde het RIVM in een rapportage aan de GGD over windmolens en laagfrequent geluid: “Windturbines produceren zeker laag frequent geluid. Wellicht kan het laagfrequente deel van het geluid van windturbines tot extra hinder leiden, maar er is nog geen evidentie dat dit een factor van belang is. Dat het door bewoners belangrijk wordt geacht zou kunnen liggen aan spraakverwarring: De laagfrequente (tot1Hz) draaisnelheid van de bladen van een windturbine wordt vaak ervaren als hinderlijk fluctuerend geluid en wordt soms verward met een lage geluidfrequentie”

Hoe werken windmolens?

Windmolens zijn als een fietsdynamo maar ze draaien veel zwaarder (en wekken dan ook veel stroom op). Daarom starten ze pas met draaien bij een bepaalde minimum windsnelheid. In de praktijk waait het slechts 3,5 tot 5% van de tijd onvoldoende hard om een windmolen draaiend te krijgen. Daar worden ze per stuk op ontworpen; zwaarte van de generator en jaargemiddelde van de windsnelheid op de ashoogte op de betreffende plek zijn daarvoor de belangrijkste input.

Windmolens hebben wieken die om hun as kunnen draaien. Bij harde wind wordt er niet geremd, wordt ook de kop niet uit de wind gedraaid, maar worden de wieken iets om hun eigen as gedraaid waardoor ze minder wind vangen en de rotor dus iets minder hard gaat draaien. Op die manier benut je de harde wind optimaal, in plaats van dat je de windmolen stilzet. Pas als het echt geweldig hard waait moeten ze volledig worden stilgezet. Tot windkracht 9 kan er gewoon worden doorgedraaid, er zijn tegenwoordig zelfs windmolens beschikbaar die nooit vanwege wind stilgezet hoeven te worden. Het jaargemiddelde van stilstand wegens teveel aan wind is 1% (en dalend met de voortschrijdende technieken). Windmolens produceren maximaal bij circa windkracht 6 t/m 8.

Daarnaast zijn er nog twee andere redenen voor stilstand: onderhoud (1% van de tijd) en reparatie/storing (1 à 1,5%; door de fabrikant gegarandeerd). Windmolens produceren ruim 90% van het jaar. Zeker en optimaal bij harde wind.

De rotor zit vast aan de gondel. Dit is de ruimte bovenaan, waarin alle stroomopwekkende onderdelen zich bevinden, zoals de generator, de draairichting motoren of de transformator.

De draaiende rotor geeft haar bewegingsenergie af aan de generator – te zien als een heel groot fietsdynamo – die deze vervolgens omzet in stroom.

In Nederland heeft ons elektriciteitsnetwerk een frequentie van 50 Hz. Draait de rotor niet snel genoeg dan heeft de opgewekte stroom niet de juiste frequentie om aan het net geleverd te kunnen worden. In zo’n geval is de generator aangesloten op een transformator die de spanning omzet.

Tot slot bevindt zich in de gondel een computer waarmee de windmolen op afstand kan worden bediend of gemonitord.

De gondel van de windmolen bevindt zich boven op de mast, die bijna altijd gemaakt is van staal. De hoogte van de mast varieert van circa 90 tot 165 meter hoog en de diameter van ongeveer 2 tot 7 meter. Vaak zit er een lift in de mast, zodat werkers gemakkelijk naar de gondel en wieken toe kunnen gaan.

Voor een windmolen geldt; hoe hoger, hoe beter. Op een grotere hoogte vangen de wieken namelijk meer wind op, waardoor er meer energie kan worden opgewekt dan op een lager niveau. Daarom worden er in de laatste jaren steeds grotere windmolens gebouwd.

Slechts 15% van de windmolens is hoger dan 96 meter. Toch wekken zij 34% van het totaal aan windenergie op land op.

Bij windmolens wordt er pas elektriciteit opgewekt vanaf windkracht 2. Tot windkracht 6 produceert de windturbine voor iedere verdubbeling van de windkracht acht keer zoveel energie. De hoeveelheid opgewekte energie tussen windkracht 6 en windkracht 10 is gelijk en optimaal. Wanneer er een windkracht harder dan 10 staat, wordt de windturbine uitgeschakeld om schade aan de turbine te voorkomen.

Voor windmolens met een tiphoogte boven 150 meter is zogenaamde bakenverlichting verplicht vanwege vliegverkeer. In de nabije toekomst zullen windmolens gaan communiceren met de transponders van alle vliegtuigen. Daarmee wordt het mogelijk om de verlichting slechts aan te laten gaan indien een vliegtuig lager vliegt dan een bepaalde hoogte. Bakenverlichting zal dan slechts zeer incidenteel zichtbaar zijn.

Lid worden van Coöperatie WaReWint

Ja natuurlijk. Je kan meedenken door lid te worden. Wij nodigen je van harte uit om mee te doen.
Hoe? Klik hier.

Je meldt je aan op onze site WaReWint. Je vult dan het online aanmeldformulier in. De secretaris stuurt je een bevestiging en een QR code waarmee je je lidmaatschapsgeld van € 20 kunt betalen. Bij een aanmelding na 1 september is dat € 10 voor de laatste maanden.

Je kunt ook het bedrag zelf overmaken op giro NL09 RABO 0139 7738 86

In het volgend kalenderjaar ontvang je weer een betaalverzoek.

Als lid ben je met alle leden medeverantwoordelijk voor de energiecoöperatie WaReWint. Je hebt stemrecht in de ALV die voorstellen van het bestuur of van leden goed- of afkeurt. Zo bepaal je o.a. wat er gebeurt met de opbrengst van de stroom die we opwekken. De aandeelhouders /investeerders (die we nog gaan werven) hebben evenveel stemrecht als jij: één stem per lid of aandeelhouder.

We hebben ALV’s wanneer er weer ontwikkelingen zijn. En we organiseren informatie avonden. Je wordt op de hoogte gehouden met een Nieuwsbrief.

Als lid maak je een statement: je bent voorstander van een energiegemeenschap Binnenveld die groene stroom levert aan bedrijven en woningen in Wageningen en Rhenen. Stroom die ook afkomstig is van windmolens. Groene stroom is stroom die niet afkomstig is van fossiele brandstof olie, steenkool of gas.

Leden kunnen zodra we de regelingen hebben opgesteld investeren in de projecten van WaReWint en profiteren van de winst.

Vallei Energie is een energiecoöperatie voor de regio Vallei. Zij bestaat al meer dan 10 jaar en heeft vooral ervaring met zon-opwekking. Bij de start van onze energiecoöperatie hebben we overleg gehad met Vallei Energie. We hebben besloten geen onderdeel te worden van deze coöperatie. We zijn nu zelfstandig en werken met energiecoöperatie De Windvogel. Deze energiecoöperatie heeft ervaring met de ontwikkeling van windprojecten.

Nee, iedereen in Nederland kan lid worden van WaReWint

WaReWint gaat haar energie verkopen en moet dit doen met een positieve businesscase. Anders gaan we failliet. Met de opbrengst worden de bedrijfs- en financieringskosten gedekt, de kosten die nodig zijn om het landschaps- en het omgevingsfonds te vullen en om de lokale investeerders een redelijke rente of rendement te kunnen vergoeden. De ‘winst’ die resteert investeren we in de verduurzaming van de energievoorziening in Wageningen e.o. Een echte winst zoals dat bij een normaal bedrijf het geval is, zal niet worden gemaakt. Op deze website en tijdens ledenvergaderingen worden alle kosten inzichtelijk gemaakt.

Schrijf je in op de nieuwsbrief van WaReWint via deze link.

Omwonenden en omgeving

Windmolens helpen de natuur doordat ze uitstoot van CO2 voorkomen. Dit vermindert klimaatverandering (opwarming, droogte, stortbuien). Een opwarmend klimaat is een grote bedreiging van de biodiversiteit. We helpen de natuur dus. Maar niet alleen op de lange termijn.

Eén van de manieren om bij te dragen aan de omgeving waarin een windmolen staat, is door te investeren in de natuur. We storten € 0,50 per opgewekte MWh in een omgevingsfonds en € 0,50 in een natuur-en landschapsfonds. Boeren kunnen bijvoorbeeld geld krijgen voor ecologische en regeneratieve landbouw. Zo investeren we in boer, natuur en de omgeving. Dubbele winst.

De gemeente Wageningen stelt in de Windvisie dat er een landschapsfonds en een omgevingsfonds worden gevormd. Deze fondsen krijgen een eigen bestuur, los van de coöperatie. Vanuit het omgevingsfonds kunnen sociale en duurzame projecten in Wageningen en Rhenen worden gefinancierd, zoals isolatie-acties of het adopteren van een lokaal project, bijvoorbeeld de speeltuin in Tuindorp.
Met het natuur- en landschapsfonds kunnen boeren subsidie krijgen voor regeneratieve landbouw en kan natuurontwikkeling worden betaald.

Zo zorgt onze coöperatie er niet alleen voor dat duurzame energie lokaal wordt opgewekt, maar ook dat de opbrengsten ten goede komen aan de gemeenschap.

Wanneer woningeigenaren vermoeden dat de komst van windturbines tot een lagere verkoopwaarde leidt, kunnen zij bij de gemeente een procedure voor planschade starten. Bij het bepalen van planschade vergelijkt men de situaties voor en na de wijziging van het bestemmingsplan.

Uit het onderzoek dat tot nu toe is gedaan, blijkt dat woningen die niet ver van windmolens liggen een paar procent minder waard kunnen worden. Ook is gebleken dat dit effect in sommige gevallen tijdelijk is. Dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt. Veel meer daarover en ook een verwijzing naar de onderzoeken die zijn gedaan, is te vinden op website van de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA).

In 2019 deden de UvA en de VU onderzoek in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De onderzoekers benoemen de volgende bevindingen:

– De effecten variëren rond de 2 tot 5 procent.

– De onderzoekers stellen dat de relatieve woningwaardedaling tussen 1985-2019 gemiddeld zo’n 2% bedroeg binnen 2km afstand van een turbine.

– De onderzoekers zien dat de effecten van turbines hoger zijn na 2011 (gemiddeld 1.3% voor 2011 en gemiddeld 3% na 2011).

Wettelijk geldt een minimum niveau van woningwaardedaling van 2 procent waarvoor planschade niet gecompenseerd wordt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwacht 1 januari 2022) gaat dit percentage naar 4 procent.

Er zijn gemeenten die de WOZ-waarde van huizen nabij windturbines hebben verlaagd, als indicatie dat ze minder waard zijn geworden. Soms al voordat er windturbines staan. Maar het is ook gebeurd dat een verlaagde WOZ-waarde later weer is verhoogd, want bij verkoop bleek de woning toch niet minder waard te zijn.

Definities

Een coöperatie is een vereniging met een bedrijf. Dat bedrijf wordt bestuurd en gefinancierd door de leden van de coöperatie. Leden kunnen consumenten zijn, ondernemers, maar ook medewerkers of overheidsorganisaties.

Meestal wordt de term “windmolen” gebruikt, soms de term “windturbine”. Op onze site willen we “windmolen” gebruiken, een moderne molen die bedoeld is om elektriciteit op te wekken. Het gaat dan niet om de traditionele windmolens die al vele eeuwen geleden gebouwd werden voor het pompen van water, malen van graan, zagen van hout e.d.

Een energiehub is een plek (fysiek of digitaal) waar energie wordt verzameld, opgeslagen, verdeeld en slim aangestuurd. Het idee is dat verschillende energiebronnen en gebruikers met elkaar verbonden zijn, zodat energie efficiënter wordt gebruikt. Er zijn windmolens en zonnepanelen op daken, de energie wordt overdag opgeslagen in batterijen en in de avonden gebruikt. Er zijn aansluitingen naar bedrijven, huizen of laadpalen en er is slimme software die vraag en aanbod regelt.

Energiehubs helpen netcongestie (overbelasting van het stroomnet) te verminderen, lokale energie beter te benutten en kosten te verlagen door slim delen van energie. In Nederland worden energiehubs steeds belangrijker door de energietransitie. Op veel plekken (bijv. bedrijventerreinen) ontstaan initiatieven waarbij bedrijven samen energie delen en beheren.

Een energiegemeenschap is een groep mensen, bedrijven of organisaties die samen energie
opwekken, delen en beheren — meestal lokaal en vaak duurzaam. In plaats van energie alleen van
een groot energiebedrijf te kopen, doen mensen het samen: Ze wekken zelf energie op (bijv. met
zonnepanelen of windmolens). Ze gebruiken die energie samen en verkopen het overschot. Het
draait niet alleen om techniek, maar vooral om samenwerking. Het is dus een sociale uitwerking van
de energiehub.

Scroll naar boven